ECLI:NL:CBB:2022:312
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen uitschrijving bestuurder uit handelsregister na bestuursconflict stichting
Appellant en twee andere bestuurders vormden samen het bestuur van een stichting. Na een vertrouwensbreuk deden zij over en weer opgaven tot uitschrijving als bestuurder bij het handelsregister. Verweerster, de Kamer van Koophandel, besloot op 13 december 2019 tot inschrijving van deze opgaven. Na bezwaar verklaarde verweerster het bezwaar van de andere bestuurders gegrond en dat van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat zijn uitschrijving onrechtmatig was omdat deze later op de dag had plaatsgevonden dan die van de andere bestuurders en dat notulen valselijk waren opgesteld. Het College oordeelde dat de opgaven op dezelfde dag waren gedaan en dat de andere bestuurder die de opgave tot uitschrijving van appellant had gedaan, bevoegd was omdat hij nog bestuurder was.
Verder stelde het College vast dat appellant in een vergadering met het voltallige bestuur was ontslagen, wat een geldig ontslagbesluit vormt. Er waren geen aanwijzingen dat de notulen vals waren. Het College benadrukte dat de beoordeling van de rechtmatigheid van het ontslag aan de civiele rechter toekomt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen zijn uitschrijving als bestuurder is ongegrond verklaard.