ECLI:NL:CBB:2022:32

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
18 januari 2022
Zaaknummer
19/564R
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak inzake proceskosten en immateriële schadevergoeding in bestuursrechtelijke zaak Meststoffenwet

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 18 januari 2022 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 29 juni 2021 in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de Meststoffenwet.

De rectificatie betreft het herstel van een kennelijke onjuistheid in de eerdere uitspraak, waarbij het College had nagelaten verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het griffierecht. Na overleg met partijen heeft het College besloten het griffierecht van €345,- aan appellante te vergoeden en verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellante ter hoogte van €1.201,50.

Daarnaast is het verzoek om immateriële schadevergoeding toegewezen, waarbij verweerder en de Staat respectievelijk €617,65 en €882,35 aan appellante dienen te betalen.

Het College verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond. De rectificatie is openbaar uitgesproken en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het College rectificeert de eerdere uitspraak door vergoeding van griffierecht, toewijzing van immateriële schadevergoeding en proceskosten aan appellante.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/564R
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2022 tot rectificatie van de uitspraak van 29 juni 2021 in de zaak tussen
Maatschap [naam 1] en [naam 2], te [plaats] , appellante
(gemachtigde: ing. J. Pot),
en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Cortet),
en

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Procesverloop

Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 29 juni 2021 met zaaknummer 19/564 (ECLI:NL:CBB:2021:679) een kennelijke onjuistheid bevat.
Partijen hebben zich uitgelaten over de kennelijke onjuistheid.

Overwegingen

Het College heeft nagelaten verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellante in verband met het beroep en te bepalen dat verweerder het door appellante betaalde griffierecht dient te vergoeden. Nu de uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op deze punten te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak van 29 juni 2021 als volgt.
“8.2 Reeds gelet op het door verweerder na het instellen van het beroep genomen vervangingsbesluit, ziet het College aanleiding te bepalen dat het door appellante betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed en verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op
€ 1.068,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).
8.3
Het verzoek om immateriële schadevergoeding zal worden toegewezen. (…)
Het College:
  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 617,65 aan appellante wegens de geleden immateriële schade;
  • veroordeelt de Staat tot betaling van € 882,35 aan appellante wegens de geleden immateriële schade;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan appellante te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van
  • veroordeelt de Staat in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 133,50.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Beslissing

Het College rectificeert zijn uitspraak van 29 juni 2021 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2022.
De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.