ECLI:NL:CBB:2022:328
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra betaling jonge landbouwer wegens ontbreken blokkerende zeggenschap
Appellante, een besloten vennootschap met meerdere bestuurders, verzocht om een extra betaling voor jonge landbouwers voor het jaar 2019. Verweerder wees de aanvraag af omdat de opgegeven jonge landbouwer niet beschikte over de vereiste blokkerende zeggenschap op de peildatum, zoals blijkt uit het handelsregister en de statuten.
Appellante voerde aan dat de jonge landbouwer wel blokkerende zeggenschap had, onder meer omdat bij een aandeelhoudersvergadering was besloten dat besluiten boven € 25.000,- alleen met goedkeuring van alle bestuurders konden worden genomen. Zij stelde dat ook notulen als bewijs konden dienen en dat de regeling ongelijkheid creëerde ten opzichte van andere rechtsvormen.
Het College oordeelde dat de beoordeling van blokkerende zeggenschap plaatsvindt op basis van de registratie in het handelsregister en dat de juistheid daarvan bij een besloten vennootschap moet worden aangetoond met de statuten. Notulen zijn daarvoor niet toereikend. Het verschil in bewijsvoering tussen rechtsvormen is gelet op hun juridische aard niet onaanvaardbaar.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de aanvraag terecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de extra betaling jonge landbouwer wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken blokkerende zeggenschap.