ECLI:NL:CBB:2022:341
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking Amsterdamse taxivergunning wegens ernstige verkeersovertredingen
Verzoeker, werkzaam als taxichauffeur in Amsterdam, had zijn taxivergunning en lijnbusbaanontheffing ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders wegens ernstig gevaarzettend en asociaal verkeersgedrag. De politie meldde meerdere ernstige overtredingen, waaronder het negeren van voorrang en rijden met hoge snelheid op de lijnbusbaan en trambaan. Daarnaast werd een educatieve maatregel gedrag (EMG) opgelegd.
De politierechter legde een boete op en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 26 dagen, waarna verzoeker zijn rijbewijs terugkreeg. Verzoeker stelde dat de intrekking van de vergunning grote financiële gevolgen heeft en dat hij spijt heeft van zijn overtreding, die niet zal worden herhaald.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking van de lijnbusbaanontheffing en daarmee de taxivergunning van rechtswege plaatsvindt volgens de geldende regelgeving, zonder ruimte voor belangenafweging. Ondanks de financiële gevolgen voor verzoeker, die kostwinnaar is en zorg draagt voor twee jonge kinderen, is de intrekking gerechtvaardigd vanwege de ernst van de verkeersovertredingen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de taxivergunning wordt afgewezen.