Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2022 op het hoger beroep van:
[naam 1] V.O.F., te [plaats] , appellante,
minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit(voorheen de staatssecretaris van Economische Zaken; hierna de minister of de staatssecretaris)
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
€ 200,- gehandhaafd.
Grondslag van het geschil
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Beslissing
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de minister in de door appellante in beroep en in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 630,-;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van in totaal € 841,- aan appellante te vergoeden;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellante van een schadevergoeding van € 1.000,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de door appellante in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 379,50;
- wijst af het meer of anders verzochte.