ECLI:NL:CBB:2022:357
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabiliteit graasdierpremie 2020 en opgelegde sanctie voor gebruik perceel 20-12
Appellant vroeg graasdierpremie aan voor acht runderen die in 2020 graasden op perceel 20-12, opgegeven als natuurlijk grasland met hoofdfunctie natuur. De minister weigerde de premie omdat het perceel volgens inspectie subsidiabel landbouwareaal is, en legde een sanctie op wegens het ten onrechte aanvragen van premie.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of perceel 20-12 niet subsidiabele grond is. Het College oordeelt dat het perceel feitelijk voor landbouwactiviteiten werd gebruikt en dat de natuurbeheeractiviteiten geen noemenswaardige hinder vormden. De documenten over natuurdoeleinden wijzigen niets aan het feitelijke gebruik.
Appellant kon zich niet beroepen op het vertrouwensbeginsel wegens onvoldoende concrete toezeggingen van RVO-medewerkers. De sanctie is proportioneel en in lijn met EU-jurisprudentie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de minister bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de graasdierpremie en de opgelegde sanctie wordt ongegrond verklaard.