Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder over de uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen voor het jaar 2018, waarbij een randvoorwaardenkorting van 100% was toegepast. Na bezwaar en herziening werd deze korting verlaagd naar 80% en het bedrag aan betalingen aangepast.
Appellante voerde aan dat het besluit over de randvoorwaardenkorting niet correct was bekendgemaakt, waardoor zij haar belangen niet adequaat kon verdedigen, en dat de korting van 80% disproportioneel was. Het College oordeelde dat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is omdat dit besluit is vervangen door het vervangingsbesluit.
Het College stelde vast dat het besluit over de randvoorwaardenkorting in rechte vaststaat en dat er geen ruimte is voor een belangenafweging vanwege de wettelijke voorschriften in Verordening 1306/2013. Het beroep tegen het vervangingsbesluit werd daarom ongegrond verklaard.
Verder veroordeelde het College verweerder in de proceskosten van appellante vanwege het vervangingsbesluit, en bepaalde de hoogte van de proceskosten op €1.518,-. Het betaalde griffierecht van €354,- wordt aan appellante vergoed.