ECLI:NL:CBB:2022:418
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken nieuwe feiten bij herzieningsverzoek fosfaatrecht
Appellante, een vennootschap onder firma, had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar fosfaatrecht door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures wees de minister een verzoek tot herziening af omdat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
Appellante voerde aan dat zij zwaar getroffen was door het fosfaatrechtenstelsel, mede door het afstaan van grond voor infrastructurele werken, waardoor haar bedrijf niet als grondgebonden werd aangemerkt en een generieke korting werd toegepast. Tevens stelde zij dat zij niet tijdig beroep had kunnen instellen tegen een eerder besluit.
Het College oordeelde dat het besluit van 28 november 2019 onherroepelijk was en dat het verzoek tot herziening terecht was afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. De omstandigheid dat appellante meer grond had verpacht aan het waterschap voor baggerdepots en doktersverklaringen over depressies waren geen nieuwe feiten. Er was geen sprake van evidente onredelijkheid in het besluit van de minister.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bij het verzoek tot herziening van het fosfaatrecht.