ECLI:NL:CBB:2022:431
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag MIT-R&D-samenwerkingsprojecten na inhoudelijke heroverweging
Appellante heeft subsidie aangevraagd voor de ontwikkeling van een mobiel en draadloos sensorsysteem voor broederijen binnen de pluimveehouderij. De subsidieaanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat het project al was gestart vóór de aanvraag. Na bezwaar is deze afwijzingsgrond losgelaten en is de aanvraag inhoudelijk beoordeeld volgens het tenderprincipe, waarbij de aanvraag te laag scoorde om subsidie te verkrijgen.
Appellante voerde aan dat informatie die na de sluiting van de aanvraagtermijn tijdens de hoorzitting werd verkregen, onterecht bij de beoordeling werd betrokken en dat de adviseur die bij de hoorzitting aanwezig was onrechtmatig betrokken was bij de inhoudelijke beoordeling. Het College oordeelde dat deze bezwaren niet slaagden omdat de informatie niet door appellante zelf was ingebracht na de sluiting en er geen rechtsregel is die deelname van een adviseur aan beide fasen verbiedt.
Verder stelde appellante dat sprake was van vooringenomenheid en ongelijke behandeling, maar het College vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldigheid of belanghebbendheid van verweerder. De bezwaarprocedure en heroverweging waren rechtmatig en transparant. Ook een herbeoordeling van alle aanvragen was niet noodzakelijk.
Ten slotte concludeerde het College dat zelfs bij maximale punten toekenning op het onderdeel technologische haalbaarheid de subsidie niet zou zijn toegekend vanwege de lage rangschikking. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.