Appellante ontwikkelt een demontabele windturbine en ontving subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. Zij verzocht om wijziging van het verleningsbesluit, met name een kortere afschrijvingsduur van drie jaar in plaats van 16,5 jaar, en het overhevelen van personeelskosten naar kosten aan derden.
Verweerder wees het verzoek tot aanpassing van de afschrijvingsduur af en verklaarde het bezwaar tegen deze weigering niet-ontvankelijk, omdat de levensduur al bij het verleningsbesluit was vastgesteld. Het bezwaar tegen de kostenoverheveling werd ongegrond verklaard, hoewel het bedrag werd verlaagd.
Het College oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was omdat het hier gaat om een nieuwe, zelfstandige weigering waartegen bezwaar openstaat. Inhoudelijk handhaaft het College de afschrijvingsduur van 16,5 jaar, omdat de wijze van testen niet wezenlijk afwijkt van het oorspronkelijke projectplan en het plan om de turbine naar Indonesië te verschepen niet van invloed is op de levensduur.
Ook het beroep tegen de vastgestelde kosten van de projectmanager en electrical engineer faalt, omdat verweerder terecht is uitgegaan van het aantal uren uit het wijzigingsverzoek en het oorspronkelijke uurtarief. Het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.