ECLI:NL:CBB:2022:443
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen quarantaine van uit Oekraïne afkomstige honden
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om negen honden, afkomstig uit Oekraïne en onder haar hoede, uit quarantaine te halen en thuisquarantaine toe te staan. De honden zijn vanuit Oekraïne via Ierland naar Nederland gebracht, waarbij niet voor alle honden een Oekraïens dierenpaspoort met corresponderend chipnummer aanwezig was. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij tegen rabiës waren gevaccineerd.
De voorzieningenrechter constateert dat het risico op insleep van rabiës uit Oekraïne hoog is, mede door de oorlogssituatie. Nederland geldt als rabiësvrij en Nederlandse honden worden niet meer verplicht gevaccineerd. De quarantaine is gebaseerd op artikel 5:4 van Pro de Wet dieren, die de minister de bevoegdheid geeft tot het opleggen van dergelijke maatregelen.
Verzoekster stelde dat de maatregelen disproportioneel zijn en verwees naar een eerdere uitspraak waarbij thuisquarantaine werd toegestaan voor honden met duidelijke vaccinatiegegevens. In dit geval ontbraken die gegevens, en bovendien waren de honden geen pups. De voorzieningenrechter oordeelt dat de situatie niet vergelijkbaar is en dat de quarantaine gerechtvaardigd is. Voor twee zieke honden is thuisquarantaine toegestaan, maar niet voor de overige zeven. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de honden blijven in quarantaine.