Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , te [plaats] , appellant,
[naam 2] Beheer B.V.( [naam 2] )
,ingediend tegen appellant
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant, een accountant-administratieconsulent en oprichter van een accountantskantoor, stond terecht vanwege klachten over zijn handelen in een aandelenverkoop tussen aandeelhouders van verschillende vennootschappen. De klacht betrof onder meer het toestaan dat conceptjaarrekeningen werden gedeeld met een potentiële koper, het optreden als adviseur van een aandeelhouder met mogelijk conflicterende belangen, en het afwijzend uitlaten over de vraagprijs tijdens een bespreking.
De accountantskamer verklaarde enkele klachtonderdelen gegrond, met name dat appellant onvoldoende oog had voor belangenconflicten en het fundamentele beginsel van objectiviteit en vertrouwelijkheid had geschonden. Appellant kreeg een berisping opgelegd. In hoger beroep voerde appellant diverse gronden aan, waaronder onjuistheden in de feiten en het ontbreken van belangenconflicten.
Het College van Beroep heeft alle hogerberoepsgronden onderzocht en geoordeeld dat appellant onvoldoende heeft aangevoerd om het oordeel van de accountantskamer te weerleggen. Het College benadrukte dat appellant als huisaccountant gehouden was ook de belangen van alle aandeelhouders te behartigen en dat hij maatregelen had moeten treffen om belangenconflicten te voorkomen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de berisping blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berisping aan appellant blijft gehandhaafd.