Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 februari 2022 op het hoger beroep van:
[naam 1] RA RB, appellant,
[naam 2] B.V.ingediend tegen appellant en [naam 3] .
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de accountantskamer op grond van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra). Het beroepschrift werd tijdig ingediend, maar bevatte geen gronden van het hoger beroep, wat volgens artikel 43a Wtra verplicht is.
Het College heeft appellant meerdere malen schriftelijk verzocht om de gronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen. Deze brieven kwamen echter onbestelbaar retour. Appellant gaf aan de brieven niet te hebben ontvangen vanwege zijn afwezigheid en het correspondentieadres, maar heeft geen reactie gegeven binnen de gestelde termijnen.
Het College oordeelde dat appellant in verzuim was en dat het ontbreken van gronden niet werd gerechtvaardigd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 8 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden ondanks herhaalde verzoeken.