Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarbij een bezwaar ongegrond werd verklaard omtrent de toekenning van subsidie vaste lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021.
De kern van het geschil betrof de juiste SBI-code waaronder appellant zijn activiteiten uitvoert. Aanvankelijk was subsidie verleend onder SBI-code 90.02, maar appellant stelde dat de feitelijke activiteiten beter aansluiten bij SBI-code 59.20. Tijdens de bezwaarprocedure heeft appellant dit ook aangetoond, maar verweerder handhaafde het besluit omdat op de peildatum 15 maart 2020 de SBI-code 59.20 niet in het handelsregister stond ingeschreven en de bedrijfsomschrijving dit niet ondersteunde.
Daarnaast voldeed appellant niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies, wat een vereiste is voor subsidie. Dit laatste was niet in geschil en leidde ertoe dat het College het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Wel werd vastgesteld dat appellant inmiddels ten genoegen van verweerder heeft aangetoond dat zijn feitelijke activiteiten onder SBI-code 59.20 vallen, waardoor het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 23 augustus 2022.