Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 8 november 2021, waarin haar bezwaar tegen een eerder besluit van 3 juni 2021 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaarschrift. Het College heeft het beroep aanvankelijk ongegrond verklaard, waarna appellante verzet heeft ingesteld.
Tijdens de behandeling van het verzet heeft appellante verklaard het besluit van 3 juni 2021 niet te hebben ontvangen en pas op 17 juli 2021 via het digitale loket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kennis te hebben genomen van het besluit, waarna zij direct haar bezwaar digitaal heeft ingediend. Het College acht deze verklaring geloofwaardig en oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Hierdoor wordt het verzet gegrond verklaard, vervalt de eerdere uitspraak en wordt het onderzoek hervat. Tevens vernietigt het College het besluit van 8 november 2021 en beveelt de staatssecretaris om opnieuw en inhoudelijk te beslissen op het bezwaar van appellante. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet het betaalde griffierecht aan appellante terugbetalen.