ECLI:NL:CBB:2022:635

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
21/1096
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen eerdere uitspraak inzake subsidieaanvraag MKB COVID-19

Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 1 februari 2021 en tegen het besluit op bezwaar van 28 mei 2021. Bij uitspraak van 1 maart 2022 verklaarde het College het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ongegrond en het beroep tegen het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk.

Appellant deed verzet tegen deze uitspraak en stelde dat de staatssecretaris ten onrechte de verkeerde subsidieregeling had toegepast. Het College oordeelt nu dat de brief van appellant van 6 juli 2021 als een tijdig beroepschrift moet worden aangemerkt, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet langer aan de orde is.

Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verweerder hoeft het beroepschrift niet door te sturen, en appellant zal op korte termijn de gelegenheid krijgen om zijn beroepsgronden toe te lichten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het College verklaart het verzet gegrond en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/1096

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2022 op het verzet van

mr. [naam] , te [woonplaats] , appellant

Procesverloop

Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 1 maart 2022 heeft het College het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit op bezwaar van 28 mei 2021 niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 1 maart 2022 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een tot hem gericht besluit van verweerder van 1 februari 2021. Bij het besluit van 28 mei 2021 heeft verweerder op dat bezwaar beslist. Bij brief van 6 juli 2021 heeft appellant zich tot verweerder gewend. Die brief begint met “Bij de voorbereiding van mijn beroepschrift ter zake van uw beslissing van 28 mei 2021 (…) kwam ik tot de ontdekking dat u uw besluit heeft genomen op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 terwijl ik een aanvraag voor subsidie heb ingediend in het kader van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19.” Appellant verzoekt vervolgens om deze fout te herstellen en zijn aanvraag om subsidie opnieuw te beoordelen.
2. Anders dan in de uitspaak van 1 maart 2022 is gedaan ziet het College (thans) voldoende grond om de brief van 26 juli 2021 aan te merken als een beroepschrift, dat ook tijdig is ingediend. Dit betekent tevens dat een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet (meer) aan de orde is.
3. Het verzet is daarom gegrond. Daarmee vervalt de uitspraak van 1 maart 2022 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verweerder hoeft het beroepschrift (de brief van appellant van 6 juli 2021) niet door te sturen aan het College. Het College zal appellant nu op korte termijn in de gelegenheid stellen de gronden van het beroep aan te voeren.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 20 september 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer