Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 1 februari 2021 en tegen het besluit op bezwaar van 28 mei 2021. Bij uitspraak van 1 maart 2022 verklaarde het College het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ongegrond en het beroep tegen het besluit op bezwaar niet-ontvankelijk.
Appellant deed verzet tegen deze uitspraak en stelde dat de staatssecretaris ten onrechte de verkeerde subsidieregeling had toegepast. Het College oordeelt nu dat de brief van appellant van 6 juli 2021 als een tijdig beroepschrift moet worden aangemerkt, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet langer aan de orde is.
Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verweerder hoeft het beroepschrift niet door te sturen, en appellant zal op korte termijn de gelegenheid krijgen om zijn beroepsgronden toe te lichten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.