ECLI:NL:CBB:2022:64
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit meststoffenwet wegens motiveringsgebrek en schadevergoeding redelijke termijnoverschrijding
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het beroep van appellante tegen een besluit van verweerder gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege een motiveringsgebrek. Verweerder had ten onrechte aangenomen dat het bedrijf van appellante een uitbreiding was van een ander bedrijf dat zij niet meer exploiteert. Dit was in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Verweerder heeft dit motiveringsgebrek in een nieuw besluit hersteld, waarbij appellante geen nadere stukken heeft aangeleverd en niet meer heeft gereageerd. Het College heeft daarom het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
Daarnaast heeft appellante aanspraak gemaakt op schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursprocedure. Het College heeft vastgesteld dat de termijn van bijna 23 maanden de wettelijke norm van twee jaar overschrijdt, zonder dat verzachtende omstandigheden aanwezig zijn. Daarom is appellante een immateriële schadevergoeding van € 2.000,- toegekend, verdeeld over verweerder en de Staat.
Het College heeft ook de proceskosten van appellante toegewezen en verweerder en de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, waarbij de kosten voor de redelijke termijnoverschrijding gelijkelijk zijn verdeeld. De uitspraak is gedaan door voorzitter J.L. Verbeek op 8 februari 2022.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit wegens motiveringsgebrek, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt verweerder en de Staat tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.