ECLI:NL:CBB:2022:68
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op HVA opslag voor bowling- en poolcentrum zonder juiste SBI-code
Appellante, exploitant van een bowling- en poolcentrum met een eet- en drinkgelegenheid, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin het bezwaar tegen het niet toekennen van de HVA opslag werd afgewezen.
De kern van het geschil is dat de onderneming van appellante op de peildatum 15 maart 2020 niet was ingeschreven met een van de SBI-codes (56.10.1, 56.10.2, 56.29, 56.3) die volgens de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL Q4 2020) recht geven op de opslag voor ondernemingen met een eet- en/of drinkgelegenheid.
Appellante stelde dat zij vanwege corona-gerelateerde kosten, zoals herinrichting en voorraadvernieuwing, recht had op de opslag en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Het College oordeelde echter dat de regeling expliciet koppelt aan de SBI-codes en dat de hoofdactiviteit van appellante niet gelijk is aan die van ondernemingen die wel onder de regeling vallen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Het College acht de keuze van de regelgever begrijpelijk en ziet geen reden om hiervan af te wijken.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat haar onderneming niet onder de vereiste SBI-codes viel voor de HVA opslag.