ECLI:NL:CBB:2022:71
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Pavićević
- A. Venekamp
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op extra betaling jonge landbouwers na inbreng eenmansbedrijf in vennootschap onder firma
Appellant vroeg om uitbetaling van de extra betaling jonge landbouwers voor 2020, nadat hij zijn eenmansbedrijf per 1 januari 2020 had ingebracht in een vennootschap onder firma met zijn echtgenote. Hoewel appellant zelf niet als jonge landbouwer werd aangemerkt, had zijn echtgenote deze status.
Verweerder weigerde de extra betaling omdat het landbouwbedrijf niet was gewijzigd, alleen de rechtsvorm was veranderd. Het bedrijf werd gezien als voortzetting van het bestaande bedrijf en niet als nieuw opgericht, ondanks inschrijving van de vof in het handelsregister en toekenning van een nieuw relatienummer.
Het College bevestigde dat volgens artikel 50 van Pro Verordening 1307/2013 de extra betaling alleen geldt bij oprichting van een nieuw landbouwbedrijf binnen vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag. Omdat de voortzetting van het bedrijf geen nieuwe oprichting is en de termijn verstreken was, werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de inbreng in de vennootschap onder firma geen oprichting van een nieuw landbouwbedrijf is en de extra betaling terecht is geweigerd.