ECLI:NL:CBB:2022:72
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens onjuiste SBI-code bij subsidie TVL en schending hoorplicht gepasseerd
Appellante diende een aanvraag in voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19. De aanvraag werd afgewezen omdat op de peildatum 15 maart 2020 de onderneming geregistreerd stond met SBI-code 25.11 (vervaardiging metalen constructiewerken), die niet in de bijlage van de TVL-regeling is opgenomen.
Appellante voerde aan dat haar feitelijke activiteiten beter passen bij SBI-code 90.01.2 (producent podiumkunst), die later met terugwerkende kracht in het handelsregister is ingeschreven. Het College oordeelde echter dat wijzigingen na de peildatum niet in aanmerking worden genomen en dat de bedrijfsomschrijving op de peildatum onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de door appellante voorgestelde SBI-code.
Verder stelde appellante dat haar gemachtigde niet was uitgenodigd voor de hoorzitting in bezwaar, waardoor de hoorplicht zou zijn geschonden. Het College constateerde deze schending maar passeerde het gebrek omdat de gemachtigde in de beroepsfase alsnog gelegenheid had om haar standpunten toe te lichten, waardoor appellante niet is benadeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellante in beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard en de schending van de hoorplicht wordt gepasseerd.