ECLI:NL:CBB:2022:749
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19
Verzoeker diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd op 24 februari 2022 afgewezen door de minister van Economische Zaken en Klimaat. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Verzoeker stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 31 oktober 2022 werd vastgesteld dat verzoeker een spoedeisend belang had omdat hij zonder de subsidie niet aan zijn financiële verplichtingen kon voldoen. Desondanks was het bezwaar te laat ingediend; de termijn van zes weken liep af op 7 april 2022, terwijl het bezwaar pas op 15 april 2022 werd ontvangen. Verzoeker gaf als reden voor de termijnoverschrijding persoonlijke omstandigheden, waaronder een detentieperiode van ruim tien weken.
Het College oordeelde echter dat deze detentie niet viel binnen de bezwaartermijn en dat de overige persoonlijke omstandigheden geen verschoonbare reden vormden voor de te late indiening. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van het bezwaar.