ECLI:NL:CBB:2022:757
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onjuiste laaddatum dierlijke meststoffen onder verscherpt toezicht
Appellante, een erkend intermediair en transportbedrijf voor dierlijke meststoffen, kreeg van de minister een boete opgelegd wegens 82 overtredingen van de Meststoffenwet, specifiek het niet naar waarheid invoeren van laaddata in e-CertNL. De minister plaatste de onderneming onder verscherpt toezicht en matigde de boete ambtshalve met 90%.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en dat de minister bevoegd was meerdere boetes voor afzonderlijke overtredingen op te leggen. De rechtbank vond dat de gebreken in het primaire besluit omtrent feitcode en wettelijke grondslag waren hersteld in de beslissing op bezwaar.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door de onjuiste feitcode en wettelijke grondslag in het primaire besluit in haar verdedigingsbelang was geschaad, dat sprake was van overmacht wegens verhindering van agrariërs, en dat de minister niet bevoegd was meerdere boetes op te leggen. Het College verwierp deze gronden, overwoog dat de Awb heroverweging van het primaire besluit mogelijk maakt, dat appellante de overmacht niet had onderbouwd en dat de minister bevoegd was meerdere boetes op te leggen voor afzonderlijke overtredingen.
Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De boete bleef gehandhaafd wegens het niet naar waarheid verstrekken van de datum waarop het laden van dierlijke meststoffen aanving, zoals omschreven in feitcode M486 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €1.640,- wegens 82 overtredingen van de Meststoffenwet en verklaart het hoger beroep ongegrond.