ECLI:NL:CBB:2022:762
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging boetes voor onjuiste VDM-registratie bij mesttransport
Appellante, een erkend intermediair en exploitant van een transportbedrijf dat dierlijke meststoffen exporteert, kreeg vijf boetes opgelegd wegens het niet naar waarheid invullen van vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM's). De toezichthouder constateerde tijdens controles en administratief onderzoek dat de gewichten op de VDM's niet overeenkwamen met de werkelijk vervoerde hoeveelheden, mede gebaseerd op monsternameformulieren en weegbonnen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister voldoende had onderbouwd dat de VDM's onjuist waren ingevuld. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat de cautie niet tijdig was gegeven en dat de vaststelling van overtredingen was gebaseerd op schattingen en vermoedens.
Het College oordeelde dat het opvragen van documenten geen verhoor betrof en dat de toezichthouder terecht stukken had opgevraagd zonder cautie te geven. Ook was de vaststelling van de overtredingen gebaseerd op feitelijke constateringen, waaronder weegbonnen en monsternamegegevens, en niet slechts op vermoedens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boetes wegens onjuiste VDM-registratie bevestigd.