ECLI:NL:CBB:2022:811
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ontheffing voor openbaar busvervoer Westpoortbus in Amsterdam
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van [naam 1] N.V. tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam om aan GVB Commercieel een ontheffing te verlenen voor openbaar busvervoer op het industrieterrein Westpoort in Amsterdam.
Appellante betoogt dat de ontheffing onrechtmatig is omdat GVB Commercieel tot hetzelfde concern behoort als de concessiehouder GVB Exploitatie, waardoor sprake zou zijn van een interne exploitant die geen ontheffing mag krijgen. Daarnaast stelt appellante dat de ontheffing in strijd is met Europese regelgeving, met name de PSO-Verordening, en dat er onvoldoende maatregelen zijn genomen tegen kruissubsidiëring.
Het College oordeelt dat het begrip concessiehouder in de Wet personenvervoer 2000 niet kan worden uitgebreid tot het gehele concern en dat GVB Commercieel zelfstandig een vervoervergunning heeft. Het beroep op het reciprociteitsbeginsel uit de PSO-Verordening wordt verworpen, evenals het betoog dat commerciële activiteiten van interne exploitanten verboden zijn. Voorts is het College van oordeel dat de aan de ontheffing verbonden voorschriften voldoende bescherming bieden tegen kruissubsidiëring.
De overige bezwaren, waaronder verwijzingen naar de Wet markt en overheid en subsidiëring via Stichting Westpoort Bereikbaar, zijn niet relevant voor de beoordeling van de ontheffing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontheffing voor openbaar busvervoer op het industrieterrein Westpoort wordt ongegrond verklaard.