Appellante, een aardappelteler, kon vanwege de coronacrisis een deel van haar aardappelen niet verkopen aan de aardappelverwerkende industrie en moest deze vernietigen. Zij vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 (TLTO). Verweerder stelde de tegemoetkoming echter op nihil vast vanwege het ontbreken van sluitend bewijs van de hoeveelheid vernietigde aardappelen.
Appellante overlegde diverse bewijsstukken, waaronder facturen, CMR-vrachtbrieven, foto’s en productiegegevens, maar geen taxatierapport. Verweerder vond deze stukken onvoldoende en stelde dat een taxatierapport vereist was. Het College oordeelt dat de wettekst van de TLTO niet eist dat vrachtbrieven vergezeld moeten zijn van weegbonnen en facturen, en dat een taxatierapport niet in alle gevallen verplicht is.
Het College stelt vast dat verweerder het bewijs niet adequaat heeft gewogen en dat appellante onmiskenbaar schade heeft geleden door de coronamaatregelen. Hoewel het bewijs niet sluitend is, is het onredelijk om de tegemoetkoming op nihil vast te stellen. Daarom kent het College een redelijke tegemoetkoming van €4.500,- toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante.