Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 in de zaak tussen
[veehouder] , te [woonplaats] , appellant,
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
In reactie op het betoog van appellant en de verklaringen over het meevoeren van 43 stuks jongvee wijst verweerder op de door de dierenarts van de NVWA opgestelde verklaring van 17 februari 2017, en dan in het bijzonder het antwoord op vraag 10. Daaruit blijkt dat een deel van de dieren is meegenomen omdat deze zo mager waren en achtergebleven in groei, dat herstel op de locatie door de dierenarts niet mogelijk werd geacht. Een ander deel van de dieren is meegenomen omdat de hygiëne op het bedrijf zo slecht was dat de dieren niet in hun stallen konden blijven. Gezien de hoge bezettingsdichtheid, het gebrek aan alternatieve huisvesting, de overvolle mestputten, en de onwillige houding van appellant was het volgens de dierenarts slechts mogelijk om het welzijn van de dieren te borgen door ze mee te voeren en op te slaan. Uit de bodyscore die door een dierenarts aan de meegevoerde koeien is gegeven blijkt dat er koeien waren met een score van 2,5 tot 3, wat prima is, maar ook koeien met een score van 1 tot 1,5, wat echt te mager is.