ECLI:NL:CBB:2023:184
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming exploiteert een bowlingcentrum en heeft subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van minimaal 20% omzetverlies ten opzichte van de gekozen referentieperiode, Q3 2020, gebaseerd op de omzetbelastingaangifte.
De onderneming voerde aan dat Q3 2020 niet representatief was als referentieperiode vanwege de recente opening en coronamaatregelen, en stelde voor een hogere omzet als referentie te gebruiken. De minister stelde dat de regeling geen ruimte biedt voor afwijking van de gekozen referentieperiode en dat uitzonderingen alleen in zeer bijzondere gevallen worden gemaakt, wat hier niet aan de orde was.
Het College oordeelde dat de minister terecht vasthield aan de wettelijke bepalingen en de omzet zoals aangegeven in de aangifte omzetbelasting. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat verschillen in referentieperiodes en omzetverlies per onderneming bepalend zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag voor Q4 2021 wordt ongegrond verklaard.