ECLI:NL:CBB:2023:196
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende vaste lasten
De onderneming in de amusementssector heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming niet voldeed aan de voorwaarde dat de vaste lasten ten minste € 1.500,- bedragen, berekend via een forfaitair percentage per sector.
De onderneming stelde dat de minister ten onrechte geen rekening hield met de werkelijke vaste lasten, die volgens haar stukken hoger waren dan het forfaitaire bedrag. De minister verdedigde het forfaitaire systeem als noodzakelijk voor uitvoerbaarheid en administratieve lastenbeperking.
Het College oordeelde dat de minister terecht het forfaitaire systeem toepaste en geen ruimte is voor maatwerk in de berekening van vaste lasten. De uitkomst van de forfaitaire berekening werd niet betwist. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag terecht afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen wegens onvoldoende vaste lasten volgens het forfaitaire systeem.