ECLI:NL:CBB:2023:20
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep veehouder tegen last onder dwangsom wegens onvoldoende drinkwater voor runderen
Op 20 februari 2018 voerden toezichthouders van de NVWA een controle uit bij de veehouder en constateerden dat 18 runderen in de jongveestal geen toereikende hoeveelheid schoon en vers drinkwater hadden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit legde daarop op 28 februari 2018 een last onder dwangsom op.
De veehouder maakte bezwaar tegen het dwangsombesluit en stelde dat de dieren wel voldoende water hadden en dat er geen norm bestaat die verplicht tot permanent aanwezig zijn van water. Ook stelde hij dat de inspectie niet gericht was op naleving van de Wet dieren, maar op het fosfaatreductieplan. Het bezwaar werd op 12 mei 2020 ongegrond verklaard.
Het College oordeelt dat de bevindingen van de toezichthouders betrouwbaar zijn en dat de minister bevoegd was het dwangsombesluit op te leggen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg staan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De inspectie had als doel te controleren of de wettelijke bepalingen inzake het houden van dieren werden nageleefd. Het College kan niet ingaan op de beweringen over het fosfaatreductieplan omdat dit buiten haar bevoegdheid valt. De last onder dwangsom blijft van kracht en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de veehouder tegen de last onder dwangsom wegens onvoldoende drinkwater wordt ongegrond verklaard.