ECLI:NL:CBB:2023:227
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding en beperking kennisneming in hoger beroep bestuursrechtelijke zaak over examenmethoden
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 8 mei 2023 een beslissing genomen over de geheimhouding en beperking van kennisneming van bepaalde stukken in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De stukken betreffen correspondentie met de Europese Commissie en documenten over examenmethoden.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft vertrouwelijke versies van deze stukken overgelegd en een beroep gedaan op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om kennisneming te beperken. De rechter-commissaris heeft de belangen afgewogen: enerzijds het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken, anderzijds de bescherming van persoonsgegevens en het belang van de staatssecretaris om informatie vertrouwelijk te houden.
De rechter-commissaris oordeelde dat beperking van kennisneming van de correspondentie met de Europese Commissie gerechtvaardigd is vanwege privacybelangen van derden, maar dat een integrale beperking van de toestemmingbrief en mailwisseling niet gerechtvaardigd is. Ten aanzien van de examenmethoden is beperking gerechtvaardigd, tenzij voorbehouden kennisneming door een door het College aan te wijzen gemachtigde mogelijk is, zodat het recht op verdediging wordt gewaarborgd.
De beslissing laat ruimte voor nadere afspraken over deze voorbehouden kennisneming op een zitting. Indien de belanghebbende zich hiertegen verzet, blijft volledige beperking gerechtvaardigd. Het College kan alleen met toestemming van partijen uitspraak doen op basis van deze stukken.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken is deels gerechtvaardigd met voorwaarden voor voorbehouden kennisneming.