ECLI:NL:CBB:2023:312
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij subsidie vaste lasten COVID-19
De minister van Economische Zaken en Klimaat stelde bij besluit van 7 oktober 2021 vast dat de onderneming geen recht had op subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal van 2020. De onderneming moest het ontvangen voorschot van €72.000 terugbetalen. De onderneming diende echter pas op 4 februari 2022 een bezwaarschrift in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 18 november 2021 eindigde.
De onderneming voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, onder meer omdat zij niet op de hoogte was gesteld van het besluit, het besluit niet aan de juiste gemachtigde was verzonden, en vanwege het evenredigheidsbeginsel. Tevens verwees zij naar een wetsvoorstel dat een mensgerichtere benadering van termijnen beoogt.
Het College oordeelde dat de onderneming redelijkerwijs in verzuim was. Er was een notificatiebericht verzonden en er was contact geweest over de subsidievaststelling. De onderneming was dus op de hoogte of had op zijn minst de mogelijkheid om tijdig bezwaar te maken. De wijziging van gemachtigde was niet voldoende gemeld om de minister te verplichten het besluit aan de nieuwe gemachtigde te sturen. Het evenredigheidsbeginsel bood geen grond om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door mr. J.H. de Wildt op 20 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming is ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.