ECLI:NL:CBB:2023:313

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
16 juni 2023
Zaaknummer
21/462
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awbafdeling 3.4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen wijziging Tarievencode Gas over verrekening verwijderingskosten gasaansluiting

Het beroep is ingesteld door een groep natuurlijke personen, behorend tot het burgerinitiatief 'Denktank Gasverlaters', tegen het codebesluit van 25 februari 2021 van de ACM. Dit besluit wijzigde de Tarievencode Gas door de kosten voor het verwijderen van een gasaansluiting te socialiseren via het periodieke aansluittarief in plaats van een maatwerktarief voor de verwijderaar.

Het College moest ambtshalve beoordelen of de appellanten als belanghebbenden konden worden aangemerkt. Volgens vaste rechtspraak vereist dit een eigen, persoonlijk, objectief bepaalbaar, actueel en voldoende zeker belang dat rechtstreeks bij het besluit betrokken is.

Het College oordeelde dat de appellanten onvoldoende onderscheiden belangen hebben ten opzichte van andere consumenten met een gasaansluiting of die daarvan af willen. Hun persoonlijke omstandigheden verschillen niet zodanig dat zij een individueel belang kunnen claimen.

Daarom verklaarde het College het beroep niet-ontvankelijk en ging het niet inhoudelijk in op de aangevoerde gronden. De ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen het codebesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan individueel belang.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/462

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 juni 2023 in de zaak tussen

[naam 1] , te [plaats 1] ,

[naam 2], te [plaats 1] ,
[naam 3] ,te [plaats 2] ,
[naam 4] ,te [plaats 3] , en
[naam 5] ,te [plaats 4] , ( [naam 6] en anderen)
(gemachtigde: mr. M.C. de Jong),
en

de Autoriteit Consument en Markt (ACM),

(gemachtigden: mr. B.S. Jansen en mr. T. Sahabi)

Procesverloop

Met het besluit van 25 februari 2021 (het codebesluit, Stcrt. 1 maart 2021, nr. 10151) heeft de ACM, met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de tariefstructuren en voorwaarden in de Tarievencode Gas (Tarievencode) gewijzigd.
Bos en anderen hebben tegen het codebesluit beroep ingesteld.
De ACM heeft een verweerschrift ingediend.
Ten aanzien van een aantal stukken die de ACM verplicht is over te leggen heeft zij medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van de daarin gemarkeerde delen. Bij de beslissing van 21 februari 2023 heeft de rechter-commissaris de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd geacht. [naam 6] en anderen hebben het College toestemming verleend om mede op grondslag daarvan uitspraak te doen.
De zitting was op 27 februari 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam 1] , bijgestaan door zijn gemachtigde en de gemachtigden van de ACM.
Het beroep is op de zitting tegelijk behandeld met het beroep met zaaknummer 21/460 dat ook is gericht tegen het codebesluit. Het College heeft in beide zaken op dezelfde dag uitspraak gedaan.

Overwegingen

Overwegingen
1. Het beroep van [naam 6] en anderen is gericht tegen het codebesluit van 25 februari 2021 waarbij de ACM de Tarievencode heeft gewijzigd. Deze wijziging van de Tarievencode regelt dat de kosten voor verwijdering van een gasaansluiting volledig worden verrekend in het periodieke aansluittarief van de afnemers die aangesloten blijven op het gasnet; de verwijderingskosten worden gesocialiseerd. Vóór deze wijziging gold in de Tarievencode voor het verwijderen van een gasaansluiting een maatwerktarief dat moest worden betaald door degene (de aangeslotene) die de gasaansluiting liet verwijderen. De wijziging van deze verdeling van de kosten voor verwijdering van een gasaansluiting is ingegeven door de wens dat aangeslotenen die hun woning gasvrij willen maken in het kader van de energietransitie daarbij zo min mogelijk nadelen moeten ondervinden.
2. Voordat het College inhoudelijk in kan gaan op de gronden die [naam 6] en anderen hebben aangevoerd ten aanzien van het codebesluit, moet het College ambtshalve beoordelen of zij in hun beroep ontvangen kunnen worden. De vraag die het College daarbij moet beantwoorden is of [naam 6] en anderen belanghebbenden zijn, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bij het codebesluit.
3. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om te kunnen worden aangemerkt als belanghebbende moet volgens vaste rechtspraak sprake te zijn van een eigen, persoonlijk (dat wil zeggen: voldoende onderscheidend), objectief bepaalbaar, actueel en voldoende zeker belang, dat bovendien rechtstreeks bij het besluit is betrokken (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van 30 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:349, onder 6.3).
4. Het College is van oordeel dat [naam 6] en anderen geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Hierna motiveert het College dit oordeel.
5. [naam 6] en anderen maken deel uit van een burgerinitiatief ‘Denktank Gasverlaters’ en zijn actief op een forum dat zich bezighoudt met het voorkomen dat kosten voor het verwijderen van gasaansluitingen in rekening worden gebracht bij consumenten. Zij hebben als natuurlijke personen beroep ingesteld en in het beroepschrift hun persoonlijke omstandigheden voor zover het betreft hun gasaansluiting uiteengezet. Deze variëren van een verwijderde gasaansluiting, een ongebruikte maar niet fysiek aangesloten gasaansluiting, een op de gasmeter geplaatst slotje en de toekomstige wens om (als huurder) van het gas af te gaan. Desgevraagd hebben zij verder op de zitting aangegeven dat zij van het College een oordeel willen over de vraag of het codebesluit aan hen als consument een betalingsverplichting oplegt.
6. De belangen die [naam 6] en anderen stellen te hebben bij het codebesluit zijn belangen die zich in onvoldoende mate onderscheiden van het belang van andere consumenten die nog een gasaansluiting hebben of hebben gehad. Wat [naam 6] en anderen hebben aangevoerd over de verschillende situaties waarin zij verkeren leidt niet tot een ander oordeel. Ook dat onderscheidt hen niet van vele andere consumenten die in de toekomst van het gas af willen, of al van het gas af zijn. Er kan dan ook niet worden aangenomen dat [naam 6] en anderen worden geraakt in een individueel belang.
7. Dat betekent dat [naam 6] en anderen het codebesluit niet bij de bestuursrechter ter discussie kunnen stellen. Het College komt aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden die zijn aangevoerd dan ook niet toe.
8. Het College zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, mr. T. Pavićević en mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2023.
w.g. J.H. de Wildt w.g. Y.R. Boonstra-van Herwijnen