ECLI:NL:CBB:2023:36
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens niet-toerekenbare onrechtmatigheid fosfaatrechtbesluit
Verzoekster, een maatschap, diende een verzoek om schadevergoeding in wegens onjuiste vaststelling van haar fosfaatrecht in het primaire besluit van 10 januari 2018 en het herzieningsbesluit van 19 oktober 2018. Het fosfaatrecht was aanvankelijk vastgesteld op 2.274 kg, terwijl later bij een herzieningsbesluit in 2020 het fosfaatrecht werd verhoogd naar 2.376 kg. Verzoekster stelde dat zij schade had geleden door de lagere fosfaatrechten en verzocht om vergoeding van derving van inkomsten en deskundigenkosten.
Verweerder erkende de onrechtmatigheid van het besluit, maar stelde dat deze niet aan hem toerekenbaar was omdat hij pas in de beroepsfase over juiste gegevens beschikte. Het College oordeelde dat verweerder zijn onderzoeksplicht had vervuld door verzoekster tijdig om juiste gegevens te vragen en dat verzoekster naliet deze correcte gegevens te verstrekken tijdens de bezwaarprocedure.
Daarmee kon de onrechtmatigheid niet aan verweerder worden toegerekend. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen. Ook het verzoek om vergoeding van deskundigenkosten werd niet toegewezen. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige vaststelling van fosfaatrechten wordt afgewezen omdat de onrechtmatigheid niet aan de minister kan worden toegerekend.