Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2023:367

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
13 juli 2023
Zaaknummer
22/711
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.5.2 Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens onvoldoende isolatiewaarde gevelisolatie voor subsidie

De zaak betreft een beroep van een eigenaar-bewoner tegen het besluit van de minister voor Klimaat en Energie om subsidie voor gevelisolatie af te wijzen. De subsidieaanvraag werd deels toegewezen voor spouwmuurisolatie en glasisolatie, maar afgewezen voor gevelisolatie omdat het gebruikte isolatiemateriaal Isobooster T5 volgens de minister niet voldeed aan de minimale isolatiewaarde.

De minister baseerde zich op een verklaring van het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG) waaruit blijkt dat de maximale Rc-waarde van Isobooster T5 3,29 m²K/W bedraagt, lager dan de vereiste minimale Rd-waarde van 3,5 m²K/W. De Rd-waarde is altijd lager dan de Rc-waarde, waardoor het materiaal niet voldoet.

De appellant stelde dat de factuur van het bouwbedrijf een Rd-waarde van 4,6 m²K/W vermeldde en dat aanvullende isolerende voorzieningen in de gevel de isolatiewaarde verhogen. Het College oordeelde echter dat alleen het isolatiemateriaal zelf aan de minimale Rd-waarde moet voldoen en dat andere voorzieningen de Rd-waarde van het materiaal niet verhogen.

Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de minister terecht de subsidie voor gevelisolatie had afgewezen. Er werden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidie voor gevelisolatie wordt ongegrond verklaard omdat het isolatiemateriaal niet voldoet aan de minimale isolatiewaarde.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/711

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 in de zaak tussen

[naam], te [plaats] ,
en

de minister voor Klimaat en Energie,

(gemachtigde: mr. M. Wullink).

Procesverloop

Met het besluit van 29 november 2021 is de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van titel 4.5. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) deels verleend en deels afgewezen.
Met het besluit van 22 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2023. Aan de zitting heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister
.[naam] is niet verschenen.

Overwegingen

1.1.
[naam] heeft op 29 juni 2021 subsidie aangevraagd voor het aanbrengen van glas-, spouwmuur- en gevelisolatie. Bij deze aanvraag heeft zij onder meer gevoegd een factuur van de gevelisolatie. Op deze factuur staat dat voor de gevelisolatie Isobooster T5 is gebruikt en dat dit materiaal een Rd-waarde heeft van 4,6 m²K/W.
1.2.
In het besluit van 29 november 2021 is de aanvraag voor subsidie voor spouwmuurisolatie verleend, voor glasisolatie deels verleend en voor gevelisolatie afgewezen.
2. In het bestreden besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de subsidie voor de gevelisolatie terecht is afgewezen omdat de gevelisolatie niet voldoet aan het vereiste van de minimale isolatiewaarde, als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder b, onder 2°, van de Regeling. Er is al geruime tijd twijfel over de isolatiewaarde van de producten van Isobooster. Alleen isolatiemateriaal Isobooster T7 voldoet aan het vereiste van de minimale isolatiewaarde en daarom is ook alleen deze variant opgenomen in de ISDE Meldcodelijst Isolatiematerialen. De minister heeft bij het verweerschrift een gelijkheidwaardigheidsverklaring van het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG) overgelegd met ingangsdatum 1 november 2018. Hieruit volgt volgens de minister dat de Rc-waarde van Isobooster T5 maximaal 3,29 m²K/W bedraagt. Het isolatiemateriaal Isobooster T5 voldoet daarom niet aan de minimale isolatiewaarde van 3,5 m²K/W. De minister heeft hierbij toegelicht dat het BCRG een databank bijhoudt als een objectieve informatiebron waarmee gebruikers kunnen controleren of producten en systemen voldoen aan de geclaimde energieprestaties. Het BCRG controleert verklaringen en plaatst de verklaringen in de databank. Verder heeft de minister nog toegelicht dat de Rd-waarde de
warmteweerstand van een isolatiemateriaal aangeeft en de Rc-waarde de warmteweerstand van de totale constructie. De Rd-waarde is daarom altijd lager dan de Rc-waarde.
3. [naam] betoogt dat haar subsidieaanvraag ten onrechte is afgewezen en dat de gevelisolatie wel in aanmerking komt voor subsidie. Zij voert aan dat het materiaal dat is gebruikt voor de gevelisolatie ruimschoots voldoet aan de minimale Rd-waarde van 3,5 m²K/W. Uit de factuur van het bouwbedrijf volgt namelijk dat de Rd-waarde 4,6 m²K/W bedraagt. Daarnaast zijn er nog andere voorzieningen aangebracht in de gevel, waaronder gevelbekleding voorzien van een luchtkamer en dampdoorlatende folie, twee luchtspouwen gescheiden door spaanplaat, en gipsblokken.
Beoordeling
4. Het College stelt vast dat het beroep van [naam] alleen is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag om subsidie voor gevelisolatie.
5. Artikel 4.5.2., derde lid, aanhef en onder b, onder 2°, van de Regeling bepaalt dat, voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, deze wordt verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor gevelisolatie, waarbij het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft.
6. Volgens de onder 2 genoemde door de minister overgelegde verklaring van het BCRG is de Rc-waarde van Isobooster T5 bij toepassing in gevelisolatie onder de meest gunstige omstandigheden (twee luchtspouwen en met spouwankers) maximaal 3,29 m²K/W.
7. Hoewel het College begrijpt dat [naam] is afgegaan op de informatie van de fabrikant, kan uit de informatie van het BCRG worden opgemaakt dat Isobooster T5 niet voldoet aan de minimale Rd-waarde van 3,5 m²K/W. Omdat de maximale Rc-waarde van Isobooster T5 al minder bedraagt dan 3,5 m²K/W, haalt de Rd-waarde deze minimumwaarde ook niet. Zoals toegelicht door de minister, is immers de Rd-waarde altijd lager dan de Rc-waarde. [naam] heeft niet aangevoerd dat en waarom de verklaring van het BCRG niet juist zou zijn en waarom de minister zijn standpunt niet op deze verklaring mag baseren. Daarom ziet het College geen aanleiding om niet van de verklaring van het BCRG uit te gaan. Het College neemt daarbij ook in aanmerking dat alleen de Isobooster T7 en niet de Isobooster T5 voorkomt op de ISDE Meldcodelijst Isolatiematerialen waarin uitsluitend isolatiematerialen voor binnen- of buitengevelisolatie zijn opgenomen die voldoen aan de minimale Rd-waarde van 3,5 m²K/W.
8. Omdat de door [naam] aangebrachte gevelisolatie niet voldoet aan het vereiste uit artikel 4.5.2., derde lid, aanhef en onder b, onder 2°, van de Regeling, heeft [naam] geen recht op subsidie voor gevelisolatie. Dat zij in de gevel ook nog andere isolerende voorzieningen heeft aangebracht, maakt niet dat het isolatiemateriaal een hogere Rd-waarde krijgt. Dat de totale isolatiewaarde van de gehele constructie hoger wordt door het aanbrengen van isolerende voorzieningen, verandert immers niets aan de Rd-waarde van het isolatiemateriaal Isobooster T5.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. F. Willems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. H.S.J. Albers w.g. F. Willems