ECLI:NL:CBB:2023:369
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Duuren
- H.L. van der Beek
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens overschrijding aanvraagtermijn niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
De onderneming diende een aanvraag in voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd door de minister afgewezen omdat deze niet tijdig was ingediend, namelijk na de sluitingsdatum van 18 mei 2021 17:00 uur. De onderneming stelde dat het ging om een administratieve vergissing doordat een medewerker van het advieskantoor was vergeten op de verzendknop te drukken, waardoor de aanvraag slechts als concept was opgeslagen.
De minister handhaafde de afwijzing en verwees naar het wettelijke kader waarin te late indiening een dwingende afwijzingsgrond is. Het College bevestigde dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend. Het College oordeelde dat het feit dat de onderneming een advieskantoor had ingeschakeld, haar verantwoordelijkheid niet wegneemt.
Het College toetste het besluit aan het evenredigheidsbeginsel en concludeerde dat de afwijzing niet onevenredig is. Het ontbreken van een ontvangstbevestiging had de onderneming moeten stimuleren om te controleren of de aanvraag daadwerkelijk was ingediend. De financiële gevolgen van de te late indiening rechtvaardigen geen afwijking van de regeling.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 29 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.