Uitspraak
Inleiding
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De onderneming, actief in de primaire productie van vleeskuikens, diende een aanvraag in voor TVL-subsidie over Q2 2021. De minister wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verleende later alsnog een subsidie van € 34.346,97, omdat het staatssteunplafond van € 225.000 voor de sector was bereikt.
De onderneming voerde aan dat de TVL-subsidie geen staatssteun is en dat het staatssteunplafond strijdig is met het gelijkheidsbeginsel vanwege ongelijke behandeling van sectoren. De minister stelde dat de TVL-subsidie wel staatssteun is, goedgekeurd door de Europese Commissie, en dat het plafond sectorgebonden is vanwege verschillende staatssteunregels.
Het College oordeelde dat de TVL-subsidie staatssteun is conform artikel 107 VWEU Pro en dat het staatssteunplafond terecht wordt toegepast. Het verschil in plafonds tussen landbouw, visserij en overige sectoren is gerechtvaardigd door het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid en de verschillende subsidieregimes. De klacht over het gelijkheidsbeginsel werd verworpen.
Het beroep van de onderneming werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het staatssteunplafond en de ministeriële beslissing tot beperking van de subsidie.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister heeft de TVL-subsidie terecht beperkt tot het staatssteunplafond van € 225.000.