ECLI:NL:CBB:2023:417
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie TVL Q1 2021 bij onvoldoende omzetverlies
In deze zaak betrof het een beroep tegen de vaststelling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) subsidie over het eerste kwartaal van 2021. De onderneming stelde dat de minister ten onrechte de subsidie op nihil had vastgesteld omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies.
Het College stelde vast dat de omzet voor de TVL-regeling uitsluitend moet worden bepaald aan de hand van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting. Dit uitgangspunt is volgens het College niet onredelijk en de regeling biedt geen ruimte om hiervan af te wijken. De omzet van onderhanden werk die in de subsidieperiode is gefactureerd en in de aangifte is opgenomen, moet dus worden meegenomen, ook als deze anders in de jaarrekening wordt verwerkt.
Op grond hiervan concludeerde het College dat de minister de subsidie terecht op nul euro heeft vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de minister bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie TVL Q1 2021 wordt terecht op nihil vastgesteld.