ECLI:NL:CBB:2023:419

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 augustus 2023
Publicatiedatum
11 augustus 2023
Zaaknummer
22/1869
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020. De kern van het geschil is of de onderneming voldoet aan de voorwaarde van minimaal 30% omzetverlies.

Het College stelt vast dat de omzet voor de TVL-regeling wordt bepaald aan de hand van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting. De onderneming heeft omzetgegevens aangeleverd die niet leiden tot het vereiste omzetverlies van 30%. De onderneming betoogde dat omzet die in de subsidieperiode is gefactureerd en opgegeven in de aangifte omzetbelasting, maar betrekking heeft op nog te verrichten werk, buiten beschouwing moet worden gelaten. Dit wordt door het College verworpen omdat de regeling geen afwijking toestaat en de aangifte omzetbelasting bepalend is, niet de jaarrekening.

Ook de geringe omzet in het buitenland heeft geen relevant effect op het omzetverliespercentage. De minister heeft de subsidie daarom terecht op nul vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de onderneming niet voldoet aan de 30% omzetverlies eis volgens de omzetbelastingaangifte.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1869

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van7 augustus 2023

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. M.G. Ligthart

Partijen

[naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is[naam 2] ,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door

mr. A.M.D. Dijkstra-Burlage en mr. P. van Veen.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat de onderneming voor het vierde kwartaal van 2020 (subsidieperiode) niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies uit de TVL-regeling voldoet, als wordt uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting.
2. De regelgever heeft ervoor gekozen de omzet voor de TVL-regeling te bepalen aan de hand van de aangifte omzetbelasting. Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is en dat de regeling geen ruimte biedt hiervan af te wijken. Het is dus niet mogelijk de omzet van de onderneming voor nog te verrichten werk, die in de subsidieperiode is gefactureerd en opgegeven in de aangifte omzetbelasting, niet mee te nemen bij de omzet voor de subsidieperiode. Dat die omzet anders is verwerkt in de jaarrekening doet hier niet aan af, omdat de aangifte omzetbelasting bepalend is en niet de jaarrekening. De zeer beperkte omzet die is gegenereerd in het buitenland heeft geen relevante invloed op het percentage omzetverlies. De onderneming komt daarmee niet boven de 30% omzetverlies.
3. De minister heeft de TVL-subsidie daarom terecht op € 0,- vastgesteld.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. M.G. Ligthart