ECLI:NL:CBB:2023:463

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
31 augustus 2023
Zaaknummer
22/1275
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies

Yacht Charter Flevoland V.O.F. heeft een aanvraag ingediend voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2020. De minister van Economische Zaken en Klimaat wees deze aanvraag af omdat de vennootschap niet voldeed aan de vereiste omzetverliesdrempel van minimaal 30% ten opzichte van de referentieperiode.

De vennootschap maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de minister verklaarde het bezwaar ongegrond in een besluit van 23 mei 2023. Vervolgens stelde de vennootschap beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 juli 2023 waren alleen de gemachtigden van de minister aanwezig.

Het College oordeelde dat uit de omzetbelastingaangifte blijkt dat de omzet in het eerste kwartaal van 2021 € 76.574,- bedroeg, wat hoger is dan de omzet in de referentieperiode. Dit betekent dat er geen omzetverlies was in de subsidieperiode, ook niet volgens de door de vennootschap zelf overgelegde gegevens. Daarom is de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht en is het beroep ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep van Yacht Charter Flevoland wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende omzetverlies onder de 30%-grens.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1275
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen

Yacht Charter Flevoland V.O.F., te Urk (de vennootschap)

(gemachtigde: ing. K. Schotanus RB)
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat

(gemachtigden: en voor de minister mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. S.F. Hu).

Procesverloop

De minister heeft de aanvraag van de vennootschap voor een subsidie grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) afgewezen.
De vennootschap heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de minister met zijn besluit van 23 mei 2023 ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is op de zitting van 17 juli 2023 behandeld. Aan de zitting hebben alleen de gemachtigden van de minister deelgenomen.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De vennootschap heeft een TVL-subsidie aangevraagd voor het eerste kwartaal van 2020. In de TVL is bepaald dat om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen sprake moet zijn van een omzetverlies van ten ministe 30% ten opzichte van de referentieperiode. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de aangifte omzetbelasting blijkt dat de omzet in het eerste kwartaal van 2021 € 76.574,- bedraagt. Dat is door de vennootschap ook niet betwist. Omdat deze omzet hoger is dan de omzet in de referentieperiode, ook als wordt uitgegaan van de gegevens van de vennootschap zoals die blijken uit de brief van de vennootschap van 13 juni 2023, betekent dit dat er in de subsidieperiode geen omzetverlies is geleden. De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M.B. van Zantvoort, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. B. Basteinw.g. M.B. van Zantvoort