Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 september 2023 in de zaak tussen
de minister van Economische Zaken en Klimaat
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De onderneming diende een aanvraag in voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister wees deze aanvraag af omdat deze niet tijdig was ingediend, conform artikel 2.2.6 van de regeling, die een uiterste indieningstermijn van 18 mei 2021, 17.00 uur, voorschrijft.
De onderneming stelde dat zij de aanvraag binnen de termijn had ingediend met behulp van DigiD, maar kon dit niet onderbouwen. De minister kon in het systeem geen bewijs van tijdige indiening terugvinden en ging ervan uit dat de eerste aanvraag pas op 18 augustus 2021 was gedaan. De onderneming vroeg om coulance vanwege haar kleine omvang en financiële beperkingen.
Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding voor risico van de onderneming komt en dat de minister terecht de aanvraag afwees. Het College benadrukte dat de regeling geen ruimte biedt voor afwijking van de strikte deadline, ook niet op grond van het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening blijft gehandhaafd.