ECLI:NL:CBB:2023:492
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De ondernemer diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag na de uiterste indieningsdatum van 20 augustus 2021 was ingediend. De minister kwalificeerde de aanvraag als pro-forma en wees deze af. De ondernemer erkende de te late indiening en vroeg om coulance, stellende dat het een vergissing was en dat hij de subsidie dringend nodig had.
Het College oordeelde dat de minister terecht de aanvraag had afgewezen, omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend en de minister geen discretionaire bevoegdheid had om hiervan af te wijken. Het ontbreken van een ontvangstbevestiging had de ondernemer moeten aanzetten tot controle. Het evenredigheidsbeginsel werd toegepast, maar het College vond dat de afwijzing niet onevenredig was gezien de verantwoordelijkheid van de ondernemer.
Het beroep van de ondernemer werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de termijn voor subsidieaanvragen binnen de TVL-regeling en benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers voor tijdige indiening.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor TVL Q2 2021 is terecht afgewezen wegens te late indiening buiten de aanvraagperiode.