ECLI:NL:CBB:2023:499
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging en handhaving fytosanitaire maatregelen tegen spintmijt op kerststerren
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit legde [naam 1] B.V. fytosanitaire maatregelen op wegens de aanwezigheid van het EU-quarantaineorganisme spintmijt op kerststerren. Na bevestiging van besmetting door het Nationaal Referentie Centrum fytosanitair werden de maatregelen aangezegd en gehandhaafd tot 1 december 2021, met als doel verspreiding te voorkomen.
[naam 1] stelde dat de maatregelen onterecht en disproportioneel waren, omdat de aangetroffen spintmijten dood waren en de duur van de maatregelen onnodig lang was, wat leidde tot aanzienlijke schade, met name door vernietiging van een exportpartij. Tevens werd betoogd dat de minister onvoldoende had gemotiveerd en niet zorgvuldig had gehandeld.
Het College oordeelde dat levende spintmijten waren aangetroffen in een geëxporteerde partij en dat de minister op grond van Verordening 2016/2031 verplicht was onmiddellijk noodzakelijke maatregelen te nemen. De duur van de maatregelen was gerechtvaardigd vanwege de levenscyclus van de spintmijt en de noodzaak tot monitoring. Het College vond de maatregelen passend, evenredig en zorgvuldig gemotiveerd.
De stelling dat de toezichthouder mondeling toestemming had gegeven om de bedrijfsvoering voort te zetten werd onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen schadevergoeding of proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] B.V. tegen de fytosanitaire maatregelen wegens spintmijt is ongegrond verklaard en de maatregelen worden gehandhaafd.