Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 oktober 2023 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister)
Procesverloop
(de afwijzingsbesluiten).
Overwegingen
2.19 van de Wet dieren voor het in de handel brengen van het middel. Echter, volgens de minister komen zandvliegen in Nederland niet voor en honden en mensen kunnen in Nederland dan ook niet worden geïnfecteerd door zandvliegen. Er is dus geen aanleiding om honden die in Nederland verblijven tegen zandvliegen te behandelen. Het middel is daarom alleen geïndiceerd voor honden die op reis gaan naar risicogebieden waar ziektes worden overgebracht door muggen en zandvliegen. Wanneer honden precies risico’s lopen, is volgens de minister voor een leek niet te bepalen. Daarvoor is veterinaire kennis nodig. Het middel valt daarom onder een van de categorieën van de artikelen 2.13 en 2.14 van de Regeling, alsook onder artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beleidsregel kanalisatie individuele diergeneesmiddelen 2016 (de Kanalisatiebeleidsregel) en mag als combinatieproduct van fipronil en permethrin dus niet vrij worden verstrekt op de Nederlandse markt. Ook wanneer het middel specifiek geïndiceerd zou zijn voor allergische honden zou de kanalisatiestatus UDA zijn, omdat het middel met alleen fipronil al een indicatie heeft die meebrengt dat het gebruikt kan worden in de behandeling van dieren met een vlooienallergie. Van een ongelijke behandeling tussen het middel en andere, door de vergunninghouder genoemde, combinatieproducten is geen sprake, omdat het niet gaat om gelijke producten. Volgens de minister is terecht een vergunning verleend met kanalisatiestatus UDA en heeft hij de aanvragen tot wijziging van de registratie van de kanalisatiestatus dus terecht afgewezen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 360,- aan de vergunninghouder te vergoeden;
mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. I.S. Post, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2023.