ECLI:NL:CBB:2023:561
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021, maar deed dit na de uiterste indieningsdatum van 18 mei 2021 om 17.00 uur. De minister wees de aanvraag af omdat deze buiten de aanvraagperiode was ingediend en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming voerde aan dat de administrateur, die verantwoordelijk werd voor de aanvraag na het vertrek van de financieel directeur, niet tijdig bekend was met de regeling, maar dat zij toch recht had op subsidie vanwege daadwerkelijk geleden nadeel door de coronacrisis.
Het College oordeelde dat de te late indiening een dwingende afwijzingsgrond is volgens de TVL-regeling en dat noch de Algemene wet bestuursrecht noch de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies ruimte bieden om hiervan af te wijken. De onderneming had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die tijdige indiening onmogelijk maakten. De verantwoordelijkheid voor tijdige aanvraag lag bij de onderneming zelf, ook als de aangewezen medewerker onbekend was met de regelgeving.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt het strikte karakter van de aanvraagtermijnen binnen de TVL-regeling en benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers voor tijdige aanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.