ECLI:NL:CBB:2023:562
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021, maar deed dit na de sluitingsdatum van 20 augustus 2021. De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming voerde aan dat zij bewust wachtte met indienen vanwege onduidelijkheid over een eerdere aanvraag en dat het uitblijven van afwikkeling niet haar risico mocht zijn. Tevens stelde zij dat de minister rekening had moeten houden met de menselijke maat en dat er sprake was van willekeur.
Het College oordeelde dat de afwijzing terecht was omdat de aanvraag buiten de wettelijke termijn was ingediend, welke een dwingende afwijzingsgrond vormt. De onderneming droeg onvoldoende concrete voorbeelden aan om het gelijkheidsbeginsel te onderbouwen. Het College verwierp het beroep op het evenredigheidsbeginsel omdat het niet aannemelijk was dat tijdige indiening onmogelijk was. De verantwoordelijkheid voor tijdige indiening lag bij de onderneming.
De aanvraagperiode liep van 25 juni tot en met 20 augustus 2021, 17.00 uur. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 3 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt afgewezen wegens te late indiening.