ECLI:NL:CBB:2023:607
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt nulvaststelling subsidie vaste lasten wegens onvoldoende omzetverlies
De vennootschap exploiteert een recruitmentbureau en heeft voor het vierde kwartaal van 2020 een subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister stelde de subsidie aanvankelijk voorlopig vast en betaalde een voorschot uit. Later stelde de minister de subsidie definitief vast op € 0,- omdat uit de aangiften omzetbelasting bleek dat het omzetverlies minder dan 30% bedroeg ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2019.
De vennootschap betwistte het gebruik van de omzetbelastingaangiften voor de berekening van het omzetverlies, omdat de facturatie bij recruitmentbureaus anders verloopt dan de omzetperiode. Ook stelde zij dat zij niet op de hoogte was van deze systematiek en dat de koppeling aan SBI-codes discutabel is. De minister handhaafde zijn standpunt dat de regeling en het aanvraagformulier duidelijk maken dat de omzetbelastingaangiften leidend zijn.
Het College oordeelt dat het gebruik van de omzetbelastingaangiften een redelijk en uitvoerbaar uitgangspunt is en dat de vennootschap onder de relevante bepalingen van de TVL valt. De afwijking in facturatie- en omzetperiode doet hieraan niet af. Het College bevestigt dat de minister bevoegd was om de subsidie op nihil vast te stellen en dat dit passend is binnen de regeling. De bezwaren van de vennootschap worden ongegrond verklaard en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nul vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.