ECLI:NL:CBB:2023:608
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De vennootschap diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag na de uiterste datum van 11 februari 2022 was ingediend. De minister wees het bezwaar ongegrond en de vennootschap stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De vennootschap erkende de te late indiening, maar betwistte de toepassing van het evenredigheidsbeginsel door de minister en stelde dat haar belangen zwaarder wegen. Zij voerde aan dat zij onvoldoende en onduidelijk was geïnformeerd over de mogelijkheid tot aanvraag en dat persoonlijke omstandigheden van de verantwoordelijke vennoot niet als bijzondere omstandigheden zijn erkend.
De minister stelde dat het tijdig indienen van de aanvraag de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer is en dat voldoende informatie beschikbaar was via officiële kanalen. Het College oordeelde dat de afwijzing niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat de vennootschap niet tijdig was en de persoonlijke omstandigheden te ver in het verleden lagen om invloed te hebben gehad op de indiening.
Het College concludeerde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom geen uitzondering is gemaakt en dat het beroep ongegrond is. De vennootschap draagt het risico van de te late aanvraag. Het beroep werd verworpen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening is ongegrond verklaard.