ECLI:NL:CBB:2023:62
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens niet voldoen vestigingseis
De ondernemer heeft een aanvraag ingediend voor de TVL-subsidie over het tweede kwartaal van 2021, maar de minister wees deze af wegens het niet voldoen aan de vestigingseis zoals opgenomen in artikel 2.3.2 lid 1 van de TVL-regeling. De ondernemer betwistte dit en stelde voldoende bewijs te hebben geleverd dat hij zijn bedrijfsactiviteiten duurzaam uitoefent in fysiek afgescheiden delen van panden met eigen opgang of toegang.
Het College heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat de bewijsstukken onvoldoende zijn om aannemelijk te maken dat de vestigingseis is vervuld. De door de ondernemer ingediende stukken, waaronder een notariële akte en bankafschriften, boden geen duidelijkheid over het zakelijke gebruik van de panden in Hengelo en Rotterdam. Bovendien werd erkend dat de panden woonfuncties hebben en dat de ondernemer zelf verklaarde aan de keukentafel te werken.
Het College benadrukte dat de minister de ondernemer voldoende gelegenheid heeft geboden om bewijs te leveren en dat er diverse vormen van bewijs mogelijk zijn, zoals huur- of koopovereenkomsten en fiscale aangiften. Het niet aanleveren van dergelijke bewijsstukken leidde tot het oordeel dat de vestigingseis niet is aangetoond.
De ondernemer voerde aan dat het hebben van een eigen kantoor geen goede maatstaf is, maar het College verwees naar de beleidsachtergrond dat vaste lasten van een bedrijfsvestiging aanleiding zijn voor de subsidie, en dat ondernemingen aan huis doorgaans minder vaste lasten hebben. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de vestigingseis voor de TVL-subsidie is vervuld.