ECLI:NL:CBB:2023:626
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- B. Bastein
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt kwalificatie onderneming als grote onderneming voor TVL-subsidie
De onderneming, actief in de modebranche en onderdeel van een holding met meerdere verbonden ondernemingen, had een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. De minister wees deze aanvraag af omdat de onderneming volgens de minister niet kwalificeerde als mkb-onderneming maar als grote onderneming.
De kern van het geschil betrof de vraag welke werknemers meegeteld moeten worden bij de beoordeling van de omvang van de onderneming. De onderneming stelde dat alleen de in Nederland werkzame werknemers meegeteld moesten worden, terwijl de minister ook werknemers van buitenlandse verbonden ondernemingen en een drukkerij binnen de holding meerekende.
Het College oordeelde dat op grond van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en de TVL-regeling alle werknemers van verbonden ondernemingen moeten worden meegeteld als er sprake is van een meerderheidsbelang (meer dan 50%). Dit geldt ongeacht of de verbonden ondernemingen in het buitenland gevestigd zijn, in een andere branche opereren of weinig financiële relaties hebben.
De minister had terecht aangenomen dat de onderneming onderdeel is van een groep met meer dan 250 werknemers, waardoor zij als grote onderneming moet worden aangemerkt. Beroepen op het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel werden verworpen. Het beroep van de onderneming werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de TVL-aanvraag als mkb-onderneming bevestigd.