ECLI:NL:CBB:2023:63
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie TVL Q1 2021 wegens niet voldaan omzetverliescriterium
De vennootschap, een uitzendorganisatie voor horecapersoneel, vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan de eis van ten minste 30% omzetverlies ten opzichte van de referentieperiode Q1 2019, die voor deze subsidieperiode geldt.
De vennootschap voerde aan dat zij in Q1 2019 nog geen omzet had en dat zij op advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de omzet van Q1 2020 had ingevuld, en verzocht om een afwijkende referentieperiode. De minister handhaafde zijn besluit. De vennootschap stelde dat het onredelijk was dat de keuzemogelijkheid voor een referentieperiode pas vanaf Q2 2021 geldt, waardoor zij voor Q1 2021 buiten de boot valt.
Het College oordeelde dat de vennootschap niet onder de uitzonderingssituaties valt die een afwijkende referentieperiode rechtvaardigen en dat de regelgever bewust heeft gekozen voor Q1 2019 als referentieperiode zonder keuzemogelijkheid. Het ontbreken van omzet in Q1 2019 en de snelle groei daarna vormen geen bijzondere omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidie gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TVL-subsidie voor Q1 2021 is ongegrond verklaard.